Wallball

“All you need are a wall and a ball”

Wallball is een opkomende sport in Nederland. Het is een jonge snelle dynamische sport. Er zijn weinig middelen nodig, in principe heb je aan een muur en een bal genoeg. Deze sport kan zowel professioneel als recreatief worden beoefent door jong en oud. Je kunt dit spel zowel 1 tegen 1 spelen als 2 tegen 2. Wallball is een laagdrempelige sport die in een ongedwongen sfeer mensen met elkaar verbindt.

Hoe werkt het spelletje?
Wallball is een soort van squash zonder racket. Het is de bedoeling de bal met de hand of vuist vanuit het serveer vak via de muur in over de shortline te spelen. De tegenpartij moet dan proberen de bal voor de tweede stuit opnieuw via de muur in het speelveld slaan. Als één van de beide partijen er niet in slaagt de bal geldig te retourneren, dan heeft de andere partij de rally gewonnen. Er worden twee sets gespeeld en bij gelijk spel word en een derde beslissende set gespeeld. Wie mag beginnen word bepaalt middels een toss. Wie de toss wint mag zeggen wie de eerste set begint en de andere speler mag tijdens de tweede set bepalen wie er begint. Mocht er een derde set plaatsvinden dan mag de speler beginnen wie de meeste punten heeft gehaald tijdens beide sets, is dit gelijk zal er weer een toss plaatsvinden.

De service
Tijdens het serveren is het verplicht compleet stil te staan. Het is de bedoeling om vanuit het serveer vak de bal met een stuit te serveren (hand of vuist) tegen de muur. Serveer vak is het deel van het speelveld tussen de shortline en de serveermarker. De bal moet via de muur terugkomen in het speelveld over de shortline. Als de opslager de rally verliest, gaat de opslag naar de tegenpartij.

Dubbelen
Het serveren bij het enkelen verloopt bijna identiek aan het dubbelen. Bij het dubbelen moet men voor de aanvang aangeven wie eerste en tweede serveerder is, oftewel wie tijdens de wedstrijd altijd begint met de service. Als de eerste serveerder de service verliest neemt de tweede speler de service over. Wanneer beide spelers de service hebben verloren gaat deze naar de tegenpartij. Alleen bij de eerste service beurt van de set gaat de service gelijk naar de tegenpartij wanneer men deze verliest.

Positie dubbelen
Tijdens het dubbelen staat de teamgenoot van de serverende partij buiten het speelveld met één voet links en één voet rechts van de service marker. Deze speler mag pas het speelveld in nadat de opgeslagen bal hem gepasseerd is vanaf de muur.

De return
De ontvangende partij moet zich achter de service marker opstellen en mag deze pas passeren als de service bal de shortline is gepasseerd. Wanneer men de service marker passeert voordat de service bal over de shortline is gaat het punt naar de service partij. De ontvanger mag de bal direct of met één stuit terugslaan. De bal moet direct tegen de muur worden geslagen en terug stuiten in het speelveld. Wanneer de bal op een lijn (muur, achter of zijlijn) komt is deze in, wanneer de bal buiten het speelveld wordt gespeeld is deze uit.

De telling
Bij Wallball wordt geteld volgens het Service-Punt-Systeem. Alleen de serverende partij kan punten scoren, de tegenpartij moet proberen de opslag naar zich toe te halen. Om een wedstrijd te beslissen moeten twee sets worden gespeeld. Een set loopt tot 21 punten. Bij een gelijk spel in sets, wordt een beslissende set gespeeld van 11 punten. In toernooien is het gebruikelijk om slechts één set van 21 punten per wedstrijd te spelen.

Foutieve service
Een niet goed uitgevoerde service kan resulteren in het verlies van de opslagbeurt, een fout of een opslaghinder. Wanneer het een fout is mag men nog een keer serveren. Na twee fouten verliest men ook de service beurt.

Verlies service
1. Het compleet missen van de bal.
2. De bal raakt na de service de muur niet.
3. De bal komt terecht buiten de zijlijnen van het speelveld, na het raken van de muur.
4. De bal raakt direct of na één stuit de serveerder of diens partner op het lichaam.
5. Bij het dubbelen: verkeerde opslag volgorde
6. Twee foutieve opslagen (zie hieronder)

Tweede service kans
1. De opgeslagen bal komt van de muur terug, maar is te kort (stuit op of voor de korte lijn)
2. De opgeslagen bal komt van de muur terug, maar stuit achter de achterlijn in het verlengde van het speelveld.
3. Voetfout: De serveerder komt met een of beide voeten buiten het serveer vak of de partner van de serveerder betreedt het speelveld te vroeg. (of heeft niet de juiste positie buiten het speelveld ingenomen)
4. Het stuiten van de bal buiten de opslagzone.
5. Twee opeenvolgende opslag-hinder.

Opslag-hinder
1. Wanneer de serverende speler of partner bij het uitoefenen van de service, de bal moet ontwijken wanneer deze terug komt van de muur (en het zicht op de bal voor de ontvangende partij wordt belemmerd) is dat een opslag-hinder of screen.
2. Een bal die de serveerder tussen de benen door gaat is automatisch opslag-hinder.
3. Een opslag-hinder resulteert in een halve fout

One wall